| Boerenleven 17: twee haasjes heel parmant |
| Columns |
![]() Dieren spelen doorgaans de hoofdrol in de columns van Irene Westeneng. Zo ook bij de 17e aflevering van 'Boerenleven'. Je zult maar 't haasje zijn... In een groen, groen, groen, groen knollen-, knollenland, daar zaten twee haasjes heel parmant. Zo begint het versje. Maar wij telen geen knollen, ze zaten gewoon in het weiland naast onze boerderij. Ook dit jaar weer zagen we een paar keer van die leuke bruine mini-haasjes in het gras zitten.Al jaren hebben we gezelschap van een haas op ons erf. Op klaarlichte dag hupt ze op haar gemak van het land achter de stal over het erf naar het stukje grasland naast de boerderij. Dit perceeltje gras is ook haar kraamkamer. Twee keer per jaar krijgt ze daar haar jongen, meestal twee. Ze zoogt haar jongen 's morgens en 's avonds op een rustig plekje. De kleintjes blijven daar ook keurig wachten tot ze weer terugkomt. De rest van de dag zien we haar elders op het erf of in het land. De moestuin laat ze gelukkig met rust. De jonge haasjes gaan, als ze wat groter zijn, ook naar de weilanden achter de stal. Moeder Haas heeft ook een keer onze nieuwe stal geïnspecteerd. Toen ik 's middags de kalfjes melk ging geven zag ik haar in een hoekje zitten in het stro naast het kalverhok. Ze zat doodstil en keek me strak aan. We denken dat ze, avontuurlijk als ze is, vanaf een grondwal naast de stal naar binnen is gesprongen en toen niet meer terug naar buiten kon. Om haar niet bang te maken hebben we de grote overheaddeur opengedaan en haar toen voorzichtig een zetje gegeven richting deur. Met de vrijheid in zicht, koos ze gelukkig snel het hazenpad. In het versje loopt het niet goed af met een van de haasjes. De hazenjongen die bij ons in het land zitten overleven het ook niet allemaal. Het grootste gevaar op het stukje land naast de boerderij is geen twéébenige, maar een víerbenige jager. Onze kat Puck. Jonge haas is een delicatesse voor hem. Maar ook jonge vogels, ratten, muizen, kikkers en eenden lust hij graag. Als cadeautje voor mij laat hij meestal een pootje van zijn prooi achter. Iedere vangst doodt hij gelukkig snel en neemt hij mee naar zijn "snackhoek" op de mat bij onze keukendeur. Opgewonden zingend als Pavarotti, met volle mond, komt hij aanlopen met zijn prooi. Ik mag dan zijn vangst even bewonderen. En vervolgens begint zijn smakelijke maaltijd. Hij eet eerst de kop op. Niets lekkerder voor een kat dan verse, warme hersentjes die een paar minuten ervoor nog heel onaardige dingen dachten over katten. Daar kan geen Whiskas tegenop. De rest van het beestje gaat er ook vlot in. In een minuut of twee is het gebeurd. Naast een paar hazenpootjes heb ik ook een paar hazenstaartjes van Puck gehad. Ze zagen er zo leuk uit dat ik ze bewaard heb. Ik laat Puck er nog wel eens aan ruiken, hij krijgt dan een verlangende blik in zijn ogen.![]() Zielig verhaal? Het gaat erg goed met de hazenstand in onze weilanden. Als ik de koeien uit het land ga halen voor het melken kom ik soms wel acht hazen tegen op mijn route. Ik denk dat in het najaar, als het jachtseizoen weer geopend is, onze twéébenige jager er toch een paar moet schieten. Alleen op die manier blijft de hazenpopulatie gezond. Ook in de weilanden achter de stal zitten vanzelfsprekend veel jonge haasjes. Vossen en roofvogels verschalken daar menig haasje. Maar gezien de huidige goede hazenstand hebben ze er toch ook veel laten zitten. Zo blijft de populatie zich verjongen. Hazen vind ik prachtige dieren, ik kijk graag naar ze. En ook op mijn bord kan ik een haas erg waarderen. Nu denk je vast dat wij haas eten met Kerst. Nee, een van onze kalkoenen is dit keer het haasje. |
| Laatst aangepast op dinsdag 13 september 2011 16:14 |

In een groen, groen, groen, groen knollen-, knollenland, daar zaten twee haasjes heel parmant. Zo begint het versje. Maar wij telen geen knollen, ze zaten gewoon in het weiland naast onze boerderij. Ook dit jaar weer zagen we een paar keer van die leuke bruine mini-haasjes in het gras zitten.
In het versje loopt het niet goed af met een van de haasjes. De hazenjongen die bij ons in het land zitten overleven het ook niet allemaal. Het grootste gevaar op het stukje land naast de boerderij is geen twéébenige, maar een víerbenige jager. Onze kat Puck. Jonge haas is een delicatesse voor hem. Maar ook jonge vogels, ratten, muizen, kikkers en eenden lust hij graag. Als cadeautje voor mij laat hij meestal een pootje van zijn prooi achter. Iedere vangst doodt hij gelukkig snel en neemt hij mee naar zijn "snackhoek" op de mat bij onze keukendeur. Opgewonden zingend als Pavarotti, met volle mond, komt hij aanlopen met zijn prooi. Ik mag dan zijn vangst even bewonderen. En vervolgens begint zijn smakelijke maaltijd. Hij eet eerst de kop op. Niets lekkerder voor een kat dan verse, warme hersentjes die een paar minuten ervoor nog heel onaardige dingen dachten over katten. Daar kan geen Whiskas tegenop. De rest van het beestje gaat er ook vlot in. In een minuut of twee is het gebeurd. Naast een paar hazenpootjes heb ik ook een paar hazenstaartjes van Puck gehad. Ze zagen er zo leuk uit dat ik ze bewaard heb. Ik laat Puck er nog wel eens aan ruiken, hij krijgt dan een verlangende blik in zijn ogen.



